Op zoek naar een mascotte kwam ik uit bij onze labrador
Woody.
Natuurlijk moest ik wel toestemming aan hem vragen. Hieronder volgt het gesprek
dat ik na het avondeten met hem hierover heb gevoerd.
![]() |
Woody: de worst smaakte vanavond niet zo lekker als anders. Ik denk dat er
teveel kruiden op zaten.
Wil: waarom zeur jij altijd? Weet je wel dat er
tienduizenden honden uit vuilnisbakken vreten, terwijl jij worst krijgt van de
beste slager uit Eindhoven. Dat kost me een vermogen. En wat doe jij? Jij zeikt,
piept en jankt....
Woody: De slager verkoopt ook pens, hartstikke goedkoop en heel
smakelijk...
Wil: Pens stinkt...
Woody: Heb je jezelf weleens geroken als je uit de kroeg komt? En ik kan
het weten, als jachthond heb ik een uitstekend reukvermogen, één miljoen keer
sterker dan het jouwe om precies te zijn...
Wil: Nu je het toch over de kroeg hebt, wil je mascotte
worden van onze dartclub?
Woody: Mwoah, ik kan wel mascotte worden, maar ik mag toch nooit mee om
te kijken. Ook ben je dan de hele avond weg en dat vind ik ook niet erg prettig.
Je laat jouw mascotte mooi in z'n mand achter.
Wil: Jij houdt zeker niet van me...
Woody: Op de hondse manier hou ik best van je, niet op de mensenmanier.
Ik heb een bepaalde genegenheid voor je omdat jij de leider van de roedel bent.
Honden zijn groepsdieren, mocht je dat niet weten - sociaal noemen jullie dat.
Jij bent het dominante mannetje van de groep, in die zin ben ik aan je gehecht.
Jij bent mijn surrogaatvader, mijn lichtend voorbeeld. Omdat je me meeneemt naar
de spannendste plekken is mijn leven een groot avontuur. Ik vind je een
superhond. Da's heel iets anders dan "houden van". Wij honden zijn volbloed
opportunisten. Eigenlijk doen we alleen kunstjes om er beter van te worden,
vertederend kijken, vriendelijk kwispelen, jouw gezicht likken, je tenen
desnoods - dat soort ongein. In de twintig eeuwen dat honden met mensen
samenleven, hebben we uitstekend geleerd hoe we jullie kunnen manipuleren.
Tweeduizend generaties zijn mij voorgegaan. Dat belachelijke pootjes geven
bijvoorbeeld stamt uit onze prille jeugd, toen we als pup trappelden om moeders
melkproductie te stimuleren. Maar omdat jullie het zo'n aandoenlijk gebaar
vinden, doen we het nu voor de lol. Eén spontane poot levert namelijk meestal
iets lekkers op. Dus als ik je een poot geef, betekent dat nog niet dat ik van
je hou, maar dat ik trek heb in ham, rookvlees of worst. Da's heel wat anders.
Ben je nu teleurgesteld? Is meneer's ego gekwetst misschien?
Wil: Na alles wat ik voor je gedaan heb.... Vier keer per
dag wordt je uitgelaten, we gaan zwemmen, ik wacht geduldig als je voor de
twaalfde keer je poot optilt, je hebt een roestvrijstalen voerbak, speelgoed, een mand met
zacht kussen en een stoere vetleren riem. Voor jou geen wurgband of kille
buitenren. Jij ligt als een pasja voor de verwarming.
![]() |
![]() |
![]() |
Het enige wat ik van je verwacht is een beetje
beschaafd gedrag, maar die keren dat je aan de lijn moet omdat je anders geheid
onder een auto komt, loop je te trekken als een paard. Dan laat je mij uit in
plaats van andersom.
Woody: Dan ben ik eerder waar ik wezen wil, simpel toch. Jij rent wel
achter me aan. Wat dat betreft ben je een beroerde pedagoog - zeg maar gerust
een sukkel. Je doet er beter aan om, elke keer als ik aan de lijn trek, de
andere kant uit te lopen. Op die manier kom ik nooit waar ik graag wil zijn en
heeft sleuren dus geen zin. Zo werkt een hondenverstand, maar dat heb jij
blijkbaar nog niet door. Respect dwing je af door echt de baas te zijn. Om die
prachtige spullen heb ik trouwens nooit gevraagd en om jouw keurige opvoeding
evenmin.
Wil: Nou, nou, je bent lekker dankbaar en wie steekt er
trouwens voortdurend z'n neus in andermans zaken? Wie besnuffelt elk
vrouwtjesdier dat hij tegenkomt? Elk kruis is voor jou een doelwit voor obscene
acties, op welke hoogte het zich ook voortbeweegt en wie er ook aan vastzit...
Woody: Goed gedrag betekent voor mij lekker kwijlen, blaffen en door de
bagger rollen op z'n tijd. En natuurlijk snuffelen. Wij honden maken kennis door
aan elkaar te ruiken, da's onze natuur. Geen geurtje zo interessant als dat van
een klef kruis. Zo vergaren wij onze mensenkennis. Heel doeltreffend. Een muts
zegt meer dan duizend woorden.
Wil: Doeltreffend misschien wel maar niet erg
fijnzinnig...
Woody: Ho,ho, meneer de moralist, jij bent lekker subtiel. Ik hou
tenminste nog op met neuzen, jij niet. Laatst heb ik een half uurtje door een
kier van jullie slaapkamerdeur staan loeren en gezien hoe....
Wil: Genoeg! En hoe zit het met de dierenarts? Net als ik heeft hij het beste
met je voor. Voor jou geen ziekte van Carré, hepatitis contagiosa of
leptospirose. Zelfs de griep gaat aan je voorbij. Eén onschuldig prikje, maar
toch is vriend Woody met geen stok de artsenkamer binnen te krijgen. Jij weigert
medische hulp
Woody: Heeft zo'n jas bij jou weleens een anaalklier uitgeknepen? Dacht
het niet. Dat soort dingen vergeet ik dus nooit. Zo werkt mijn bovenkamer. Tijd
zegt me niks, ik denk niet in het verleden en al helemaal niet in de toekomst.
Ik herken slechts situaties. Bij de arts hangt de geur van angst en dood en dat
vergeten honden nooit.

Buiten ons reukvermogen doen wij ook andere waarnemingen die mensen
niet begrijpen. Sommige soortgenoten voelen luchtdrukverschillen en kunnen dus
onweer voorspellen. Anderen voelen lang van tevoren dat er een aardbeving
aankomt of weten wanneer hun baas een epileptische aanval krijgt. Vraag me niet
hoe, het is nou eenmaal zo, een soort extra zintuig...
Wil: Heel knap allemaal, maar een zinnig gesprek is met jou niet te voeren....
Woody: Niet in dat belachelijke taaltje van jullie, waarvan ik maar een
paar woorden echt begrijp: zit, kom, braaf, af, worst en trusten. Toonhoogte en
het aantal decibellen zeggen mij veel meer dan jouw prachtige volzinnen. Als je
zacht en lief meldt dat je me een klojo vindt, ben ik blij. Als je schreeuwt dat
ik braaf ben, druip ik af. Ook lichaamstaal is belangrijker dan tekst. Aan jouw
houding zie ik wat je bedoelt, da's een kwestie van goed observeren, onthouden
en herkennen. En van gevoel. Ik ben trouwens sowieso een erg gevoelig tiep.
Bovendien ben ik gesteld op regelmaat. Van verandering raak ik van slag. Als jij
verdriet hebt bijvoorbeeld ervaar ik een vreemde, onplezierige sfeer. Dan is er
onrust in de roedel. De steun die ik vervolgens bij jou zoek, interpreteer jij
onterecht als troostend.
Wil: Soms word ik gek van jouw eindeloze
aandachttrekkerij...
Woody: Je hebt me zelf geleerd dat de aanhouder wint. Jij kunt mij niet
negeren, dat is jouw makke. Jij bent niet consequent. Als ik alle registers
opentrek, krijg ik mijn zin. Mijn geduld is groter dan het jouwe en bovendien
heb ik toch niks beters te doen...
Wil: Waarom kijk je zo verdrietig als je alleen thuis moet
blijven...?
Woody: Het is voor een roedeldier onnatuurlijk om alleen te zijn, ik wil
gezelschap. En als ik verdrietig kijk dan blijf je toch wat langer thuis en gaan
we nog vlug een potje voetballen. Dan denk ik: zie je wel het werkt, het helpt.
Jongen, in je hart ben je net zo trouw als ik..
Wil: Dus je houdt wel van me:
Woody: Tuurlijk. Waarom denk je dat ik meestal voor het raam op je zit te
wachten. Ik ben altijd blij als je weer gezellig bij me bent...

Wil: Dus je wordt ook onze mascotte..?
Woody: Zeker weten. Maak maar een foto en hang die in de buurt van jullie
dartbord. Ik hoop dat het helpt bij het behalen van overwinningen. Maar als
jullie een keer verliezen geef mij dan niet de schuld. Er gebeuren ergere dingen
op deze wereld.
Succes.